De Ereburger

In De Ereburger staan vier verhalen die zich elk afspelen in Amsterdam. De hoofdfiguren, een hardhandige koopman in kip, een buschauffeur die nog met Anton Geesink heeft gejudood, drie medewerkers van een visrestaurant op Texel en een dakloos meisje dat haar mes haar beste vriend noemt, komen in situaties die hun leven veranderen.

Elk van hen, zelfs de sadistische kippenboer, blijkt minder eenduidig te zijn dan aanvankelijk gedacht. R.C. de Zeeuw laat in deze prachtige verhalenbundel zien dat ieder mens, ook de schijnbaar meest bekrompen en onvrije, een moment heeft waarop hij weet wie hij is en beseft wat hij doet, en dus in alle vrijheid een keuze kan maken.

ISBN: 978 90 417 0776 5
rainbow pocket 936
nur 311 / 108 pagina’s

Recensie

Het meest schrijnende is het verhaal over de kippenboer die bij zijn kersverse Afrikaanse vrouw in de beruchte Bijlmerflat Klein Kruitberg gaat wonen. Vanaf de eerste dag mishandelt hij haar, het is een regelrechte psychopaat. Dan komt er de dag dat een vrachtvliegtuig op de flat neerstort...

De ervaringen van De Zeeuw dienden als basis voor deze indrukwekkende, ontluisterende en beklemmende verhalen. Een aanrader voor mensen die ook van Patricia Highsmith houden!

Coos Dekker, Good Reads

Leesfragment

De bakkerij was op een hoek van de Albert Cuypstraat en Hampe keek in het voorbijgaan door het zijraam naar binnen. De verkoopster pakte bonbons in glanzend lila cadeaupapier voor een oud vrouwtje dat tegen de toonbank aanleunde om er niets van te missen.

Naast het vrouwtje stond een blonde meid arm in arm met een oudere, geblondeerde vrouw. De jongste hield een enorme portemonnee tegen de buik en van beiden stak de kin uit als de punt van een strijkbout. Verder wachtten er nog twee zwarte meisjes en een kleine Hindoestaanse vrouw met een lichtgroen hoofddoekje.

Hampe wist zeker dat elk van de vrouwen hem op het eerste gezicht zou verafschuwen en stapte naar binnen. Hij was twee meter lang en droeg boven zijn spijkerbroek een wit shirt, dat zijn getatoueëerde armen tot de schouders vrij liet.

Op de voorzijde was een afbeelding in kleur van een knielende, blonde vrouw, van wie de polsen op de rug waren gebonden. Op een leren halsband na was ze naakt. Omdat de afbeelding door het wassen vervaagd was, bleef onduidelijk of haar blik angstig was of gewillig. Op de rugzijde van het shirt was een afbeelding van een geketende negerin.

Op dat moment schuifelde het oude vrouwtje weg met een lila pakje op haar uitgestoken hand en een gelukzalige blik op het gezicht. Hamme stond in twee stappen bij de toonbank en zei: ‘Doe mij maar drie kano’s.’

De twee blonde vrouwen draaiden tegelijkertijd het hoofd om. De oudste stak haar kin omhoog: ‘Wat krijgen we nou?’ Hampe wees met een lange arm over hun hoofden naar buiten. ‘Mijn kraam moet zo open. Erg als ik effe voorga?’

De dochter keek haar moeder aan en die haalde de schouders op. De verkoopster deed de kano’s in een zakje. Hampe haalde één van de bruinverbrande, langwerpige koeken uit het zakje en presenteerde die aan de dochter. Ze week achteruit of het een stiletto was

‘Van jou hoeven we niets,’ zei de moeder. Hamme hield het ding tussen zijn vingers omhoog. ‘Volgens mij gaat die er anders best in bij haar.’ Het gezicht van de vrouw kleurde. ‘Smeerlap!’

Hampe liep naar de plaats waar zijn kraam nog moest worden opgebouwd. Hij had zich die morgen lusteloos gevoeld en in bed een blikje bier gedronken en gemasturbeerd. Veel had het niet geholpen. Pas nu merkte hij hoe prettig het op deze septembermorgen was.

[...]